De J Class geldt als de meest majestueuze zeiljachtklasse die ooit voer: enorme, elegante meterjachten uit de jaren dertig die streden om de America's Cup. Lange tijd leek de klasse tot het verleden te behoren, maar dankzij drie invloedrijke ontwerpers beleeft ze een spectaculaire wedergeboorte. Het vakblad Classic Boat portretteerde de mannen achter die revival.
Drie pioniers
De opleving van de J Class is onlosmakelijk verbonden met drie namen: Andre Hoek van het Nederlandse Hoek Design (opgericht in 1986), Gerard Dykstra van Dykstra Naval Architects en Paul Spooner van Paul Spooner Design (2016). Alle drie worden ze gezien als pioniers van de zogeheten Spirit of Tradition-beweging, waarin klassieke lijnen worden gecombineerd met moderne bouwtechnieken. Juist die combinatie maakte de terugkeer van de J Class mogelijk.
Nieuwbouw met oude lijnen
Van de oorspronkelijke J's uit de jaren dertig zijn er nog maar drie over. Toch telt de klasse inmiddels een stuk meer schepen: in de 21e eeuw zijn er zes gloednieuwe J's gebouwd. Bijzonder is dat de klasseregels voorschrijven dat een nieuwbouw-J vrijwel exact het lijnenplan van een origineel jaren-dertig ontwerp moet volgen. Ontwerpers mogen dus niet zomaar een nieuw jacht tekenen; ze werken binnen strikte historische kaders, en juist daarbinnen zoeken ze naar winst in snelheid en comfort.
De uitdaging van het gewicht
Hoe modern een J ook wordt uitgevoerd, de natuurwetten laten zich niet foppen. Toen Dykstra de stalen Endeavour uit 1934 moderniseerde, ging er tien ton uit de ballastkiel. Toch nam de totale waterverplaatsing per saldo met ruim 22 ton toe, met als gevolg 8 inch meer diepgang. Het laat zien hoe complex het is om een historisch ontwerp te verbeteren zonder het karakter en de balans van het schip aan te tasten.
De eerste nieuwe J, Ranger uit 2003, kreeg nog een stalen romp. De vijf latere nieuwbouwjachten werden van aluminium gebouwd. Sinds die overstap staan de klasseregels 100 millimeter extra vrijboord toe, een kleine maar veelzeggende aanpassing die de moderne bouwmethoden accommodeert zonder het silhouet te verstoren.
Krachten om te ontzien
De schaal van deze jachten vertaalt zich in enorme belastingen op mast en tuigage. Hoek tekende onder meer Lionheart (gebaseerd op de romp van Ranger, Hull F), Topaz en Svea; Dykstra nam Hanuman en Rainbow voor zijn rekening. Voor Lionheart rekende Hoek met runnerbelastingen van maar liefst 30 ton, terwijl de maximaal toegestane voorstagbelasting op 35 ton ligt. Dat zijn krachten waar een gemiddeld zeiljacht nooit mee te maken krijgt.
Paul Spooner leidde de recent afgeronde restauratie van Shamrock V uit 1930, de enige overgebleven J met een composieten romp. Vanwege de kwetsbaarheid van dat oudere materiaal adviseerde hij de bemanning de voorstagbelasting te beperken tot maximaal 15 ton, minder dan de helft van wat bij de moderne jachten mogelijk is.
Een klasse met toekomst
De J Class-revival laat zien hoe traditie en innovatie hand in hand kunnen gaan. Dankzij het werk van Hoek, Dykstra en Spooner varen deze iconische giganten weer volop mee, op klassieke regatta's van Newport tot de Middellandse Zee. Voor liefhebbers van klassieke zeiljachten is het een gouden tijd: zelden waren er zoveel J's tegelijk actief op het water, en zelden werd er met zoveel zorg gewaakt over hun historische erfenis.
Bron: Classic Boat
Foto: J Class-jachten Velsheda, Topaz en Svea, foto Don Ramey Logan via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen