Windturbines langs de Nederlandse vaarwegen moeten voortaan op grotere afstand van het water komen te staan. Rijkswaterstaat heeft de beleidsregel aangepast omdat de steeds grotere turbines het radarbeeld van schepen kunnen verstoren. Voor de veiligheid op het water is dat geen overbodige maatregel.
Oude norm voldeed niet meer
Tot nu toe mochten windturbines op minimaal vijftig meter van de rand van een vaarweg worden geplaatst. Die norm stamt uit een tijd waarin turbines een stuk kleiner waren. Door de voortdurende schaalvergroting - met steeds langere wieken en hogere masten - bleek die vijftig meter niet langer genoeg om problemen te voorkomen.
Rijkswaterstaat heeft daarom de beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswateren en rijkswegen herzien. De wijziging is gepubliceerd in de Staatscourant en geldt voor alle nieuwe vergunningaanvragen.
Een halve rotordiameter plus 35 meter
De nieuwe minimumafstand wordt berekend als een halve rotordiameter plus 35 meter tot de rand van de vaarweg. Doordat de afstand meegroeit met de grootte van de turbine, houdt de norm automatisch rekening met de steeds forsere afmetingen van moderne windmolens. Een grotere turbine moet dus verder van het water blijven dan een kleine.
Belangrijk voor booteigenaren is dat de regel ook geldt voor zogeheten repoweringprojecten, waarbij bestaande turbines worden vervangen door nieuwe, vaak grotere exemplaren. Ook dan geldt de aangescherpte afstandseis.
Waarom radar zo belangrijk is
De aanleiding voor de aanpassing zijn radarecho's. Grote windturbines kunnen op scheepsradars en op walradars valse of vervormde echo's veroorzaken, waardoor het radarbeeld onbetrouwbaar wordt. Juist in drukke of smalle vaarwateren vertrouwen schippers en verkeersposten op een helder radarbeeld om aanvaringen te voorkomen, zeker bij slecht zicht, mist of in het donker.
Een verstoord radarbeeld is daarmee een rechtstreeks veiligheidsrisico. Wie andere schepen niet goed ziet, kan immers ook niet op tijd uitwijken.
Onderbouwd door TNO en MARIN
De nieuwe norm is niet zomaar bedacht. Twee Nederlandse kennisinstituten deden er onderzoek naar. TNO onderzocht de effecten van windturbines op scheeps- en walradars, terwijl MARIN keek naar de gevolgen voor veilige en efficiente scheepvaart. Hun bevindingen bevestigden dat de nieuwe afstandsberekening voldoende is om radarverstoring te beperken.
Strenger bij sluizen en bruggen
Ontwikkelaars mogen onder voorwaarden een kleinere afstand voorstellen, maar alleen als zij met onderzoek kunnen aantonen dat er op die specifieke locatie geen radarecho's ontstaan. Bij risicovolle plekken is die uitzondering echter uitgesloten: rond sluizen, bruggen, stuwen, kruisingen en haveninvaarten geldt de minimale afstand onverkort. Op juist die punten, waar veel scheepvaart samenkomt en de marges klein zijn, wil Rijkswaterstaat geen enkel risico nemen met de betrouwbaarheid van de radar.
Wat betekent dit voor booteigenaren?
Voor de gemiddelde recreatievaarder verandert er op korte termijn weinig zichtbaars, maar het belang is groot. De maatregel moet voorkomen dat windparken langs drukke vaarroutes de radar van passerende schepen in de war brengen. Dat komt uiteindelijk iedereen ten goede die bij mist, regen of duisternis op zijn instrumenten moet varen, van de beroepsvaart tot de zeiler die 's avonds nog binnenloopt.
Tegelijk laat de aanpassing zien hoe de energietransitie en de veiligheid op het water steeds vaker op dezelfde plek samenkomen. Met heldere, meegroeiende afstandsregels probeert Rijkswaterstaat beide belangen te verenigen: ruimte voor windenergie en een betrouwbaar radarbeeld voor de scheepvaart.
Bron: Rijkswaterstaat
Foto: windturbines bij open water, via Wikimedia Commons (illustratief)
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen