Niets is zo fijn als een nacht voor anker in een stil water, maar niets houdt je zo wakker als twijfel over het ankergerei. Met deze zeven praktische tips, geinspireerd op jarenlange ervaring van langeafstandszeilers, ga je met een gerust hart slapen.
1. Kies een deugdelijk anker
Bezuinig niet op het belangrijkste stuk veiligheidsuitrusting aan boord. Goedkope, inferieure kopieen van bekende ankers zijn het risico niet waard. Kies het gewicht en het type dat past bij jouw boot, bij je boegrol en bij de ankerbak waarin het moet passen. Een anker dat net niet lekker in de boegrol valt, wordt aan boord nooit prettig in het gebruik.
2. Reken met een simpele kettingformule
Hoeveel ketting je nodig hebt, is eenvoudig uit te rekenen: drie keer de maximale diepte plus twintig meter. Op vijf meter diepte kom je daarmee op ongeveer een verhouding van 1 op 7, op tien meter op 1 op 5 en op twintig meter op 1 op 4. De formule geeft dus bewust meer speling in ondiep water en minder in diep water, waar het gewicht van de ketting zelf al voor extra houdkracht zorgt.
3. Ketting of lijn? Kies bewust
Voor wie veel en onbeperkt wil cruisen, is een volledig kettinganker veruit superieur aan touw. Het enige echte voordeel van lijn is dat die lichter is om te hanteren en met de hand makkelijker binnen te halen. Ketting is een stuk zwaarder en vraagt om een goede ankerlier die onder alle omstandigheden zijn werk doet.
4. Werk met twee snubbers
Een korte snubber in de vorm van een bridle met kettinghaak zet je op de twee voordekklampen, met de haak net achter de boegrol. Die haalt de belasting van de ankerlier, helpt het anker in te graven en voorkomt dat de ketting doorloopt als de lier of de rem het begeeft. Daarnaast is er de langere hoofdsnubber: vier meter drie-strengs lijn van 25 millimeter, met een gesplitst oog aan de ene kant en een kettinghaak aan de andere.
5. Bescherm je lijn en laat hem rekken
Schuif over het eerste anderhalve meter van de hoofdsnubber een kunststof buis als schavielbescherming. De lijn moet minstens zo sterk zijn als de ketting en mag tot zo'n twintig procent rekken voordat hij breekt. Op vier meter lijn betekent dat ongeveer tachtig centimeter speling, precies genoeg om een plotselinge schok op de ketting en de lier te voorkomen als het in een stevige bui gaat waaien.
6. Kies je plek met beleid
Is de ankerplaats slecht in kaart gebracht, vaar dan rustig een rondje binnen je zwaairadius terwijl je de dieptemeter in de gaten houdt. Zo weet je zeker dat je overal voldoende water onder de kiel hebt. Zie je waterplanten of kelp en laat het zicht het toe, kies dan een plek met zo min mogelijk begroeiing, want daar bijt een anker het slechtst in.
7. Zet het anker zorgvuldig en met overleg
Laat het anker zakken en zet meteen het ankeralarm, nog voordat je ketting viert; dan legt de plotter vast waar het anker ligt. Vier daarna de gewenste lengte, zet de korte snubber en laat de boot rustig achteruit drijven. Loopt de boot stil, geef dan langzaam gas tot 2.000 a 2.500 toeren om het anker te testen. Houdt alles en is iedereen gerust, zet dan de hoofdsnubber. Ga nooit met een kwak achteruit op een slappe ketting, want dat ruk het anker juist los. Twijfelt iemand aan boord, haal dan op en begin opnieuw: een goede nachtrust begint met overeenstemming van de hele bemanning.
Bron: Yachting Monthly
Foto: jacht voor anker via Wikimedia Commons
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen