Het extreme laagwater op de grote rivieren zet deze zomer de vaarroutes in Noord-Nederland flink onder druk. Steeds meer beroepsvaart mijdt de Rijn en kiest de route door Friesland en Groningen richting Duitsland. Op de hoofdvaarweg tussen Lemmer en Delfzijl is het daardoor aanzienlijk drukker geworden, en Rijkswaterstaat grijpt in met tijdelijke maatregelen.
Waarom de schippers omvaren
De aanhoudende droogte heeft de waterstanden op de Rijn en de andere grote rivieren fors laten dalen. Op die rivieren kunnen schepen daardoor veel minder lading meenemen, omdat ze bij een lage waterstand niet diep genoeg mogen afladen. De vaarweg Lemmer-Delfzijl heeft dat probleem veel minder: het waterpeil op deze route is voorspelbaar en kan goed worden gereguleerd.
Voor schippers met bestemmingen in Noord- en Midden-Duitsland is de keuze dan snel gemaakt. Via Friesland en Groningen kunnen zij meer lading meenemen dan via de uitgedroogde Rijn. Het gevolg is een opvallende verschuiving van het scheepvaartverkeer naar het noorden van het land.
Bijna een verdubbeling bij Farmsum
Hoe groot die verschuiving is, blijkt uit de cijfers van Rijkswaterstaat. In het weekend van 15 augustus 2026 gingen er meer dan driehonderd schepen door de sluis bij Farmsum richting Duitsland. Dat is bijna twee keer zoveel als in de weken daarvoor. Zo'n toename laat zich direct voelen in de hele keten van sluizen en bruggen langs de route.
Meer schepen betekent langere wachttijden bij de sluizen. Bovendien ontstaat er een acute behoefte aan extra lig- en overnachtingsplaatsen, want schippers die moeten wachten hebben een veilige plek nodig om af te meren. De bestaande ligplaatsen zijn op de drukste momenten simpelweg niet toereikend.
Dubbelliggen en tijdelijke overnachtingsplaatsen
Om de drukte in goede banen te leiden heeft Rijkswaterstaat besloten om dubbelliggen toe te staan op plekken waar dat veilig kan. Bij dubbelliggen meren schepen naast elkaar af, zodat er op dezelfde kade meer vaartuigen terechtkunnen. Daarnaast mogen enkele wachtplaatsen voor bruggen en sluizen tijdelijk als overnachtings- en ligplaats worden gebruikt, tussen 20.00 en 06.00 uur en in het weekend.
Met die soepeler regels probeert de beheerder de doorstroming op peil te houden zonder dat de veiligheid in het gedrang komt. De maatregelen zijn nadrukkelijk tijdelijk en gekoppeld aan de bijzondere situatie die door het laagwater is ontstaan.
Wat het betekent voor watersporters
Ook recreatievaarders merken de gevolgen van de drukte. Op een route waar normaal gesproken vooral vrachtschepen en een bescheiden aantal jachten varen, is het nu beduidend voller. Wie deze nazomer op de vaarweg Lemmer-Delfzijl vaart, doet er goed aan rekening te houden met langere wachttijden bij sluizen en met beroepsvaart die op meer plekken dan gebruikelijk stilligt. Houd voldoende afstand, volg de aanwijzingen van de sluis- en brugbediening en geef de beroepsvaart de ruimte. De situatie laat opnieuw zien hoe sterk de scheepvaart in Nederland afhankelijk is van het weer en de waterstanden.
De droogte laat zich breed voelen
De drukte op de vaarweg Lemmer-Delfzijl staat niet op zichzelf. Op tal van plaatsen in het land laat het laagwater zich voelen. Op de Twentekanalen wordt toegewerkt naar meer schuttingen per dag om de aanvoer op gang te houden, terwijl de haven van Deventer tijdelijk dicht moest vanwege het lage peil. Op de Rijn zijn soms drie schepen nodig om een lading te vervoeren die normaal in een enkel schip past. Deskundigen wijzen er bovendien op dat juist bij laagwater de kleine schepen belangrijk blijven, omdat die minder diepgang nodig hebben. Voor watersporters onderstreept dat alles hoe grillig een droog vaarseizoen kan uitpakken, en hoe belangrijk het is om routes en waterstanden vooraf goed te checken.
Bron: Binnenvaartkrant
Foto: Wikimedia Commons, een motorvrachtschip op een Nederlands kanaal (illustratief)
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen