Een droge zomer laat zich op het water goed voelen. De rivierafvoeren zijn laag, het water wordt schaarser en Rijkswaterstaat moet het beschikbare zoete water steeds zorgvuldiger verdelen. Voor de beroepsvaart is dat groot nieuws, maar ook recreatievaarders merken de gevolgen van aanhoudende droogte op hun favoriete vaarwater.
Lage rivierafvoeren en oprukkende verzilting
Bij langdurig droog weer voeren de Rijn en de Maas fors minder water aan dan normaal. Daardoor dalen de waterstanden op de grote rivieren en neemt de verzilting toe: zout water uit zee dringt verder landinwaarts wanneer er te weinig zoet rivierwater tegendruk geeft. Rijkswaterstaat stemt in zulke periodes de waterverdeling nauwkeurig af om drinkwater, landbouw, natuur en scheepvaart zoveel mogelijk te bedienen.
Een deel van de oplossing zit in slim sturen met sluizen en stuwen. Zo helpen kunstwerken elders in het land om zoet water vast te houden en verzilting tegen te gaan. Het laat zien hoe fijnmazig het Nederlandse watersysteem in droge tijden wordt bijgestuurd.
Waarom droge zomers vaker voorkomen
Extreem droge zomers waren lange tijd een uitzondering, maar volgen elkaar de laatste jaren sneller op. Perioden met weinig neerslag en veel verdamping zorgen ervoor dat rivieren al vroeg in het seizoen laag staan. Waterbeheerders bereiden zich daar steeds vroeger op voor, onder meer door water langer vast te houden in het IJsselmeer en in regionale watersystemen. Voor wie het water op wil is het goed te beseffen dat een lage stand geen incident meer is, maar een terugkerend gegeven waar je je vaarplannen op afstemt.
Wat betekent dat voor watersporters?
Voor de recreatievaart zijn lage waterstanden vooral een kwestie van diepgang en oplettendheid. Op ondiepere trajecten, in uiterwaardgeulen en langs oevers kan de vaardiepte flink afnemen. Wie met een kajuitboot of zwaardere motorkruiser vaart, doet er goed aan de actuele waterstanden te volgen en ruim afstand te houden van kribben en droogvallende platen.
Ook stremmingen komen in droge periodes vaker voor. Onderhoud, baggerwerk en aangepaste bediening van sluizen kunnen ertoe leiden dat een geplande route tijdelijk niet beschikbaar is. Een alternatieve route achter de hand houden voorkomt verrassingen halverwege de tocht.
Zuinig met zoet water, ook aan boord
Droogte is niet alleen een zorg voor waterbeheerders. Ook aan boord kunnen vaarders hun steentje bijdragen door zuinig om te gaan met water en door rekening te houden met een lagere bedieningsfrequentie van sommige sluizen. Bij extreme droogte kan het schutten worden beperkt om water te sparen, waardoor wachttijden bij sluizen oplopen. Geduld en een realistische dagplanning helpen dan enorm.
Bereid je goed voor op een droog seizoen
Ga je er in een droge zomer met de boot op uit? Check dan vooraf de actuele waterberichten en verwachtingen, houd rekening met mindere diepten en pas je vaarsnelheid aan in ondiep water. Vaar met beleid rond kribben, zandplaten en langs oevers, en houd de aankondigingen over sluisbediening en stremmingen in de gaten. Zo vaar je ook in een droge zomer veilig en ontspannen, en voorkom je dat je onverwacht vastloopt op een drooggevallen plaat.
Kortom: droogte vraagt om flexibiliteit van iedereen die van het water gebruikmaakt. Wie zijn tocht met wat extra marge plant, houd genoeg speling over om ook bij lage standen zorgeloos te blijven varen en onderweg niet voor onaangename verrassingen te komen staan.
Bron: Rijkswaterstaat
Foto: Argenteria1995 / Wikimedia Commons
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen