Wie op het water vaart, neemt deel aan het verkeer. Net als op de weg gelden er voorrangsregels, maar veel watersporters twijfelen in de praktijk wie er nu eigenlijk voorrang heeft. In deze blog zetten we de belangrijkste regels uit het BPR en het RPR helder op een rij, zodat je met een gerust hart het water op gaat.
Twee reglementen: BPR en RPR
De regels op het water worden bepaald door verschillende scheepvaartreglementen. De twee belangrijkste zijn het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement (RPR). Op verreweg de meeste Nederlandse wateren geldt het BPR. Het RPR geldt alleen op een aantal specifieke vaarwegen. Het is belangrijk te weten welk reglement waar geldt, want de basisregels wijken op een cruciaal punt van elkaar af.
Voorrang op het Rijnwater (RPR)
Het Rijnvaartpolitiereglement geldt op de Boven-Rijn, de Beneden-Rijn, het Pannerdensch Kanaal, de Lek en de Waal. Op deze drukke vaarwegen is de belangrijkste regel simpel: elk klein schip, dat wil zeggen korter dan 20 meter, verleent voorrang aan een groot schip. Op deze regel bestaat geen enkele uitzondering. Juist omdat deze regel afwijkt van het BPR, is het opletten geblazen wanneer je met een kleine boot op de grote rivieren vaart.
Voorrang volgens het BPR
Op de wateren waar het BPR geldt, is de belangrijkste regel: elk schip dat aan stuurboordzijde vaart, krijgt voorrang. De grootte van het schip maakt daarbij niet uit. Om die reden wordt stuurboordwal varen, oftewel rechts aanhouden, zoveel mogelijk aangeraden. Buiten een betonde vaargeul, waar geen sprake is van een duidelijke stuurboordzijde, geldt de regel dat een klein schip voorrang verleent aan een groot schip. Let op: veerponten, passagiersschepen, sleep- en duwboten en beroepsvissersschepen hebben de rechten van een groot schip, ook als ze korter zijn dan 20 meter.
Kruisen, oversteken en de haven uit
Er zijn situaties waarin je als klein schip juist zelf voorrang moet verlenen. Zo moet je voorrang geven aan veerponten die vertrekken, keren of oversteken. Wil je een betonde vaargeul doorkruisen, dan ben jíj degene die voorrang verleent aan elk schip dat de stuurboordzijde vaart. Vaar je de haven uit, dan geef je eveneens voorrang aan een groot schip. En kom je vanuit een nevenvaarwater het hoofdvaarwater op, bijvoorbeeld wanneer je vanaf de Loosdrechtse Plassen het Amsterdam-Rijnkanaal wilt oversteken, dan hebben de grote schepen op het hoofdvaarwater voorrang.
Motor wijkt voor spier wijkt voor zeil
Een bekend geheugensteuntje is: "motor wijkt voor spier wijkt voor zeil". Deze regel geldt in situaties waarin niemand stuurboordwal vaart. Vaar je een klein motorschip, dan verleen je voorrang aan zowel kleine zeilschepen als aan boten die met spierkracht worden voortbewogen, zoals roeiboten en kano's. Een roeiboot heeft dus voorrang op een motorboot, maar moet op zijn beurt weer wijken voor een zeilboot. Belangrijk detail: vaar je op een zeilboot maar staat de motor aan, dan word je op dat moment als motorboot beschouwd.
Zeilschepen onderling en verkeersborden
Voor zeilschepen onderling gelden twee regels. Een klein zeilschip met het zeil over stuurboord geeft voorrang aan een zeilschip met het zeil over bakboord. Varen beide schepen met het zeil over dezelfde boeg, dan verleent het loefwaartse schip voorrang aan het lijwaartse schip; kortweg: "loef wijkt voor lij". Tot slot kan op jouw route een verkeersbord staan dat van de standaardregels afwijkt. In dat geval geldt altijd wat het bord aangeeft. Ken je de regels, dan vaar je niet alleen veiliger, maar ook een stuk ontspannener.
Bron: Varen doe je Samen
Foto: pleziervaart op het water (Wikimedia Commons)
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen