Met de recordlage waterstanden van deze zomer wordt varen op de rivieren en in ondiepe polderwateren een stuk lastiger. Waar normaal ruim water onder de kiel staat, liggen zandbanken, stenen en oude obstakels nu gevaarlijk dicht bij de oppervlakte. Met de juiste voorbereiding en een rustige vaarstijl voorkom je schade aan romp, schroef en roer, ook als het water laag staat.
Waarom laag water zo verraderlijk is
Bij een lage waterstand verandert het onderwaterlandschap dat je normaal niet ziet. Drempels bij bruggen, oude fundamenten, stenen bestortingen en aangeslibde zandbanken komen ineens binnen bereik van je kiel. Juist buiten de betonde vaargeul is het risico groot, omdat daar het minst wordt gebaggerd en de diepte het snelst afneemt.
Bovendien werkt laag water twee kanten op: niet alleen staat er minder water, ook de stroming en de golfslag van passerende schepen kunnen je even net dat beetje dieper doen steken. Een boot die stilligt kan al vastlopen op een plek waar je varend nog net overheen kwam.
Ken je diepgang en de vaargeul
De basis is simpel: weet hoe diep je boot precies steekt en tel daar een ruime veiligheidsmarge bij op. Raadpleeg voor vertrek de actuele waterstanden en dieptegegevens van Rijkswaterstaat en blijf zoveel mogelijk in het midden van de vaargeul, waar het water doorgaans het diepst is. Volg de betonning nauwkeurig en snijd bochten niet af.
Twijfel je over een traject? Vaar het dan niet blind op. Vraag bij de jachthaven of via vaarforums na of een route nog bevaarbaar is, of kies bewust voor dieper water zoals het IJsselmeer, de Zeeuwse stromen of de kust.
Snelheid eruit
De belangrijkste maatregel bij weinig water onder de kiel is: vaar langzaam. Bij lage snelheid zakt je boot minder diep in door het zogenoemde squat-effect, houd je meer controle en is de schade beperkt als je toch iets raakt. Een boot die met vaart een zandbank raakt, kan flinke averij oplopen; bij stapvoets varen loopt hij vaak zachtjes vast.
Langzaam varen heeft nog een voordeel: je hebt meer tijd om het water te lezen. Kleurverschillen, rimpelingen en stilstaand riet verraden vaak waar het ondiep wordt.
Bescherm schroef en roer
Schroef en roer zijn het kwetsbaarst omdat ze het diepst onder de boot uitsteken. Trim bij een buitenboord- of hekmotor het onderwaterhuis iets omhoog zodra het ondiep wordt, maar let op dat de koelwaterinlaat onder water blijft. Bij een vaste schroefas helpt het om vaart te minderen en het gas dicht te houden zodra je twijfelt.
Raak je toch de bodem, geef dan niet vol gas om los te komen. Zand en grind kunnen dan in de schroef en de koeling terechtkomen en juist meer schade veroorzaken. Schakel naar neutraal en beoordeel eerst rustig de situatie.
Wat te doen bij vastlopen
Loop je vast, blijf dan kalm. Probeer eerst door gewicht te verplaatsen, bijvoorbeeld door bemanning naar voren of naar één zijde te laten lopen, de boot te laten kantelen en zo los te komen. Voorzichtig achteruit terug in je eigen kielzog varen werkt vaak beter dan vooruit doorzetten, omdat je daar net was en het dus dieper is.
Komt de boot niet los of vermoed je schade, waarschuw dan tijdig hulp en forceer niets. Beter een uur wachten of hulp inschakelen dan een dure reparatie aan romp of aandrijving riskeren.
Vooruit plannen loont
Uiteindelijk draait veilig varen bij laag water om voorbereiding. Check de waterstanden, plan een realistische route, houd marge en pas je snelheid aan. Wie dat doet, kan ook in een droog seizoen als dit met een gerust hart het water op, zonder onnodige risico's voor boot en bemanning.
Bron: Varen doe je Samen
Foto: schroef en roer van een drooggevallen schip / Wikimedia Commons
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen