Voor anker gaan hoort bij de mooiste momenten van een vaardag: even stilliggen op een rustige plek, zwemmen vanaf de boot of lunchen met uitzicht over het water. Toch gaat het geregeld mis, simpelweg omdat het anker niet goed pakt. Met een paar basisregels leg je je boot betrouwbaar vast en geniet je zorgeloos van je ankerplek.
Waarom goed ankeren zo belangrijk is
Een anker houdt je boot niet vast doordat het zwaar is, maar doordat het zich ingraaft in de bodem en de ketting plat over die bodem trekt. Slecht ankeren betekent dat je gaat krabben: het anker sleept mee en je boot drijft langzaam weg, richting ondiepte, andere boten of de kant. Vooral bij opkomende wind of stroming kan dat snel vervelend worden.
Goed ankeren draait daarom niet om kracht, maar om techniek: het juiste anker, voldoende lijn of ketting en een rustige, doordachte manier van uitvoeren.
Het juiste anker en de juiste bodem
Voor de meeste Nederlandse wateren voldoet een goed ingegraven anker als een ploeg- of schotelanker prima. Belangrijker dan het merk is dat het anker past bij het gewicht van je boot en bij de bodem waarop je ligt. Zand en klei houden uitstekend; op een modderige of begroeide bodem pakt een anker minder makkelijk en moet je soms een tweede poging doen.
Kijk voor je ankert op de kaart of het dieptelood wat de bodem doet en of je op een toegestane plek ligt. In natuurgebieden en vaargeulen is ankeren vaak niet toegestaan.
Hoeveel ketting of lijn heb je nodig
De vuistregel is om minimaal drie tot vijf keer de waterdiepte aan ketting of lijn uit te vieren. Ligt er drie meter water, dan geef je dus zeker negen tot vijftien meter. Hoe meer je uitviert, hoe platter de trekhoek en hoe beter het anker zich ingraaft. Bij veel wind of golfslag geef je extra lengte voor meer houvast.
Een stuk ketting vlak achter het anker helpt enorm: het gewicht houdt de trekhoek laag en dempt de schokken van golven, waardoor het anker niet zo snel losbreekt.
Zo ga je stap voor stap te werk
Vaar rustig tegen de wind of stroom in naar je gekozen plek en breng de boot tot stilstand. Laat het anker gecontroleerd zakken - niet in een kluwen overboord gooien - terwijl de boot langzaam achteruit zakt. Vier de juiste lengte uit en zet dan vast. Geef vervolgens een klein beetje gas achteruit om te voelen of het anker pakt: blijft de boot staan, dan zit je goed.
Kies twee vaste punten aan wal als peiling en controleer af en toe of je positie gelijk blijft. Verschuift de boot ten opzichte van die punten, dan krabt het anker en moet je opnieuw beginnen.
Veilig blijven liggen
Houd rekening met wind, stroming en andere boten die om hun anker zwaaien; geef elkaar ruimte. Blijf je langere tijd liggen of verandert het weer, controleer dan regelmatig. Wil je vertrekken, vaar dan langzaam naar het anker toe terwijl je de ketting inhaalt, zodat het anker vanzelf loskomt. Met deze basis leg je je boot overal veilig voor anker en wordt elke zwemstop een succes.
Bron: Varen doe je Samen!
Foto: anker aan boord. Joe Mabel / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)
Jachthavens
Contact
Registreren
Inloggen

Reacties 0
Log in om een comment te kunnen plaatsen